waarschijnlijk weinig van de woeste wolf
herkennen.
Men zal zich afvragen hoe al die rassen
zijn ontstaan uit een en dezelfde voorvader?
Waarschijnlijk leefden mens en wolf in de
oertijd al naast elkaar, de mens was voor zijn voedeselvoorziening afhankelijk
van de jacht en er zal wel eens een restantje over zijn gebleven die dan werd
opgegeten door de wolf (aas-opruimer). Misschien werd er wel eens een nest
jonge wolfjes gevonden, die ook weer als voedsel konden dienen! En misschien
bleef er wel eens een welp in leven die min of meer tam werd. Later bleek dan
dat die welp zo makkelijk aangaf of er ergens wild zat: de jachthond.
En misschien sloeg die welp
wel aan bij
naderend onraad: de waakhond.
En als dank kreeg die welp een overgebleven prakkie, waardoor het voor hem
aantrekkelijker was om bij de mens in de buurt te blijven.
Zo ontstond er samenwerking tussen wolf
en mens en uit die wolf is onze hedendaagse huishond gegroeid. Die welp kreeg
misschien eens een nestje jongen toen zij volwassen werd en werden die jongen
dan weer geruild voor voedsel o.i.d.
Men kan zich voorstellen dat uit de
wolven, die goed waren in het bij-eendrijven van wild en het waken bij
alarm, onze FCI-groep 1 is ontstaan: De Herders en
Veedrijvers.
De herdershonden, als voorbeeld de
overbekende Duitse Herdershond, als schaapshond, politiehond e.d.
En de veedrijver, zelfstandig het vee bij
elkaar drijven, over het algemeen wat afstandelijker en zelfstandiger van
karakter, b.v. de Border Collie.
In FCI-groep 2 vinden we dan de Molossers (Mastino Napolitano, Bull
Mastif) en de Pinschers en Schnauzers (Dwergschnauzer, Dobermann). Zij worden
gebruit als waakhond, zowel op het erf als bij de kuddes, en en het verdelgen
van ongedierte.
FCI-groep 3 bestaat uit de Terriers, zowel hoogbenige (Airedale Terrier) als laagbenige (West Highland
White).
Gebruikt voor zowel de jacht op haas,
konijn als waakhond.
FCI groep 4 is een relatief kleine groep, bestaand uit de overbekende
Dashond, ofwel Teckel. Als
men nu bedenkt dat een Teckel drie varieteiten heeft, Kaninchen, Dwerg en
Standaard, en dan ook nog in drie vachtsoorten, lang-,kort-, en ruwhaar, en dan
ook nog in diverse kleuren, is dit een bonte groep om te bekijken!
In FCI-groep 5 vinden we dan de Keeshonden en
Oertypen,en in die laatste vinden we dan de Windhond
achtige typen (Podenco Ibicenco) die we ook wel eens in de grottekeningen zien,
gemaakt door onze voorvaderen. Ook de.ze werden reeds gebruikt voor de jacht
FCI-groep 6 bestaat uit de Lopende en
Zweethonden, de honden die gebruikt worden om een
bloedspoor van aan verwond wild te volgen, met als voorbeeld van een Lopende
hond voor de jacht op konijn de Beagle.
FCI-groep 7 is
de groep van voorstaande honden, deze geven het wild aan door hun voorpoot op te tillen en
roerloos staan te kijken, waarop de jager kan richten. Als voorbeeld de
Drentsche Patrijshond en de Heidewachtel.
In FCI-groep 8 kan men dan de engelse Cocker Spaniel aantreffen, of de
welbekende Golden Retriever: de groep
Retrievers, Spaniels en waterhonden.
Ook weer jachthonden, gebruikt na het schot om de
prooi binnen te halen.
FCI-groep 9 is
de groep waarin we ook ons eigen ras de Tibetaanse Terrier aantreffen op de
shows: de Gezelschapshonden.
De naam zegt het al: honden die puur gezelschap vormen voor hin gezin, vaak
voorzien van een fraai uiterlijk met een welderige haardos.De Tibetaanse Terrier
uiteraard, maar ook bijv. de Poedels, toch vroeger ook gebruikt als jachthond
vind men in deze groep.
Last but not least:FCI-groep 10, de
Windhonden (Afghaanse
Windhond,
Whippet). In de volksmond ook wel hazewinden genoemd. Slanke, razendsnelle
honden,die vroeger gebruikt werden voor de jacht op het oog en zich tegen
woordig kunnen uitleven op de renbaan of in zgn. courses.
En natuurlijk kennen we ook nog
de rasloze honden, de
bastaards, dit zijn de honden waarvan we niet weten wie de voorouders waren, en
dus al generaties lang gekruisd zijn uit de meest uiteenlopende honden. We weten
niets van hun achtergrond want ze kunnen genen bezitten van verschillende
voorouders die voor de meest verschillende taken werden gebruikt waarop
zij gekweekt zijn.
Socialisatie van de Tibetanen pup.
Socialisatie, iedereen heeft er wel eens
van gehoord, maar wat is het nu precies?
Eigenlijk wil het niets meer zeggen dan
sociaal worden met de wereld om je heen, zodat een pup zich kan handhaven in
onze maatschappij, met mensen in alle vormen en maten, andere dieren, verkeer,
en noem maar op.
De socialisatie bestaat uit meerdere
fasen en het begint al als het pupje nog maar net geboren is!
De eerste twee dagen van een pup noemen
we de geurinprenting, hij
leert dan de geur van zijn moeder kennen en dat is goed zichtbaar als mams bij
haar kindertjes komt, ze reageren dan direct door naar haar toe te kruipen en
proberen de tepel met melk te vinden.
Ook moeten ze in deze twee dagen de geur
van de mens leren kennen, dat zal dan vaak de geur van de fokker zijn, zo leren
ze dat er andere dingen zijn dan alleen mams.
Na deze twee
eerste dagen komen ze inde zgn. vegetatieve
periode, hun oortjes en oogjes zijn nog dicht, en
hun leventje bestaat uit drinken en slapen, belangrijk natuurlijk voor een goede
groei! De pupjes worden vaak gewogen in deze tijd, ze worden misschien al eens
opgepakt en geknuffeld door een nieuwe eigenaar en zo raken ze dan gewend aan de
geurtjes van de mens.
Rond de 10e tot 14e dag gaan de oogjes
open en ook ziet men dat de oortjes voorovergaan kiepen, ze zien dan nog niet
echt iets. Dit komt rond de derde week, men noemt dit ook wel de overgangsfase.
Ze beginnen te lopen, leren andere luchtjes kennen, beginnen voorzichtig al wat
met elkaar te spelen.
De overgang van de 4e naar de 5e week
noemt men wel de inprentingsperiode. Een hele duidelijke leerperiode, waarin ze alle ervaringen
opslaan in hun koppie en het is dan ook heel belangrijk dat ze in deze tijd veel
mensen zien, eens opgepakt en geknuffeld worden, het geluid van een normaal
huishouden leren kennen, misschien al eens naar buiten gaan.
In de zesde week begint dan de
socialisatie periode. De pups
beginnen nu
echt met elkaar te spelen om al doende de rangorde regeltjes te leren, dit leren
zij ook van de evt. andere aanwezige honden. Ze worden enorm ondernemend in deze
periode en het is dan ook heel belangrijk dat de fokker ze verschillende
situaties aanbiedt om mee om te leren gaan. Een ritje in de auto, kindervisite,
een bezoekje aan de dierenarts etc.
Rond de 8e week worden de pups behoorlijk
zelfstandig, en dit is dan ook de tijd dat de meesten naar een nieuw baasje
zullen vertrekken.
Wat dat baasje dan allemaal kan doen om
zijn nieuwe maatje verder te socialiseren, vertellen we de volgende keer!