advies kunnen geven. Een angstige pup kan
beter niet in een heel druk gezin geplaatst worden, en een dominante pup kan
beter bij mensen geplaatst worden die een beetje verstand hebben van
honden.
Omgevingsgerichte socialisatie
(8- 12 weken)
Als uw puppenkind acht weken oud is, mag
u eindelijk uw nieuwe huisgenootje gaan ophalen en mee naar huis nemen. Deze dag
is natuurlijk een erg spannende dag en u en uw familieleden zullen al de
aandacht gaan geven aan de pup. Het is voor u dan ook belangrijk dat u zich al
van te voren door de fokker hebt laten inlichten over de voeding, zijn eerste
dagen thuis, zindelijkheidstraining etc, daar u op de dag zelf meestal zoveel
energie in het pupje steekt dat alle goed bedoelde informatie van de
fokker aan u voorbij kan gaan. Meestal wordt al deze informatie met u
doorgesproken als u naar het nestje gaat kijken. Eventuele vragen kunt u het
beste opschrijven, zodat u niets vergeet als u bij de fokker op bezoek bent.!!
Als u uw pup mee naar huis neemt is het
belangrijk dat de eerste autorit naar huis als prettig moet worden ervaren. Het
beste is om hem/haar op schoot te nemen waar u een handdoek of deken op leg.
Gaat hij piepen en/of overgeven, ga hem dan niet troosten door hem te aaien of
te knuffelen. Dit kan een averechts effect uitlokken. Hij/zij wordt dan
beloond/gestimuleerd voor een negatief gedrag en
u kunt later
met een waarschijnlijk zenuwachtige of wagenzieke hond komen te zitten. Neem hem
gewoon op schoot en als hij piept laat hem dan maar. Hij zal al snel in slaap
vallen, of eens de omgeving vanuit de auto in zich op gaan nemen.
Uw pup moet nu gaan leren om te gaan met
de dingen die hij later vaker zal tegenkomen. Neem de pup bijvoorbeeld mee naar
de kinderboerderij om hem daar met verschillende dieren kennis te laten maken,
of neem hem mee naar de stad om hem aan het verkeer of de drukke winkelstraten
te laten wennen. Belangrijk is om vervelende ervaringen voor de pup te vermijden
omdat hij hiervoor erg gevoelig is, de periode van acht tot elf weken staat dan
ook bekend als de angst-inprentingsperiode. Krijgt hij op deze leeftijd b.v..een
schop van iemand, dan loopt u de kans dat hij de rest van zijn leven bang zal
blijven voor mensen.
Als uw pupje ergens van schrikt, ga hem
dan niet aaien of op de arm nemen en troosten. U verteld hem/haar in principe
dat hij/zij bang moet zijn, omdat hij/zij het troosten als beloning ervaart en
denkt dat het goed is dat hij/zij dit gedrag vertoont. Op deze manier wordt dit
gedrag alleen maar erger. Een goed voorbeeld is het in de wachtkamer van de
dierenarts te zitten met uw pup. Als hij/zij zit te bibberen en u aait hem/haar
en zegt van je hoeft niet bang te zijn, dan ben er maar van overtuigd dat de
volgende keer uw hond nog erger begint te bibberen, want tenslotte heeft u
hem/haar voor dit gedrag beloond. Een plek waar uw pup veel ervaringen op kan
doen is op een goede(!) hondenschool. De meeste hondenscholen accepteren al pups
vanaf de leeftijd van 8 weken. Misschien kunt u uw pupje voor dat hij/zij in
huis komt al opgeven voor een puppy-cursus, zodat er meteen begonnen kan worden
als de pup enkele dagen in huis is. Hier kan hij andere pups van verschillende
rassen ontmoeten, en ervaringen op doen met rustige volwassen honden
en met
andere mensen en u krijgt hulp bij de opvoeding van de pup. Houdt er bij het
trainen van uw pupje rekening mee dat hij een korte concentratie tijdsspan
heeft, een training van 5-10 minuten is lang genoeg.
De pup in zijn 8e week!
Ieder pupje heeft zijn eigen karakter, de
ene pup is dominanter en de ander is erg onderdanig. De fokker moet eigenlijk een beetje
opletten dat de juist pup bij het juiste gezin terecht komt, en de kopers
De secondaire socialisatiefase -
12 weken tot ongeveer een half jaar
Ook wel de juveniele fase genoemd welke
weer is onderverdeeld in:
A: Rangordeperiode
(12-16 weken)
De pup begint nu een jonge hond te worden
en gaat nu uit proberen hoever hij kan gaan. In deze tijd word er vastgesteld
wie de leider in het gezin is en wat de regels zijn. Belangrijk is het daarom om
consequent aan te geven wat hij/zij wel mag en wat niet mag. Hij lijkt misschien
nog schattig en ongevaarlijk,
maar als hij ouder word en het idee
krijgt dat hij de leider is,
kan dit heel vervelende gevolgen krijgen.
Bijten in de handen en kleren mogen dan ook niet toegestaan worden. Het is niet
aan te raden dat u lichamelijke straffen geeft of hem op zijn rug gooit, dit
leid alleen maar tot weerstand. Één van de dingen die u al helemaal niet moet
doen is uw hond in de nekvel pakken en hem dan heen en weer schudden,
honden doen dit om hun prooi dood te schudden, u wilt uw pupje toch ook geen
doodsangst aanjagen. Een boze 'nee' en een beloning als hij braaf is moet genoeg
kunnen zijn.
B: De samenwerkingsfase:
(vanaf 16 weken)
Deze lange fase wordt ook wel eens
aangeduid als angstfase. De natuurlijke nieuwsgierigheid is overgegaan in een
natuurlijke neiging tot vluchten. Alles kan nu ineens weer eng zijn. Het
herstelvermogen op nare ervaringen is behoorlijk afgenomen. Traumatische
ervaringen laten een stevige indruk achter.
Neem de pup dus overal mee naartoe en
laat hem/haar merken dat er niets veranderd is en dat hij/zij dus nog steeds
niet bang hoeft te zijn.
In deze samenwerkingsfase krijgt de hond
ook een taak binnen het roedel. Bij de wolf in de natuur gaat de jonge hond met
zijn roedelgenoten mee op jacht. Ook jij kan nu wat meer van je pup gaan
verlangen. Je zal echter ook gaan merken dat je pup een puber gaat worden. Hij
begint minder goed te luisteren. Kwam hij altijd direct, als je hem riep, nu kan
hij eerst nog een paar graspolletjes gaan besnuffelen of een spurt nemen naar
een andere hond. Geef weer alle hulpen bij, zoals in de puppy-tijd. Maak
duidelijk wat je wil, geef grotere beloningen (bijvoorbeeld een koekje) als hij
goed reageert. Voorkom waar mogelijk dat hij de fout in gaat. Loopt hij vaak
weg, laat hem dan aan een lange lijn uit, en roep hem geregeld bij je en beloon
hem dan ook.