De rug (borstwervels) behoort
recht en krachtig te zijn, hij mag dus niet doorgezakt zijn of te
sterk gebogen. Een doorgezakte rug wordt ook wel een zadelrug
genoemd, dit is altijd fout. De lendenen (lendewervels) zijn licht
gebogen, maar natuurlijk niet overdreven, waardoor je het
effect krijgt van de zogeheten karperrug (= een te sterk gebogen
lendenen). De lendenpartij bekort kort te zijn, hiermede
laat de Tibetaanse Terriėr ook zijn compacte uiterlijk zien. De
gehele rug (borstwervels & lendewervels) moet een enige
veerkracht bezitten.
De croupe bestaat uit het
bekken. Het kruisbeen of heiligbeen vormt tezamen met de
bekkenbeenderen, die bestaat uit het zitbeen,
schaambeen en darmbeen, het bekken. Het bekken is het
laatste gedeelte van de romp en beschermt de inwendige (geslachts)
organen. Bij een teefje speelt het bekken een grote rol bij de
geboorte van de jongen, doordat deze stijve gewrichten omstreeks de
bevalling elastischer worden. Het zit-, schaam-, en darmbeen vormen
op zich weer de heupkom. De croupe bij de Tibetaanse Terriėr behoort
vlak te zijn. Hij mag dus nooit en te nimmer sterk aflopend zijn.
Een goed liggende croupe zorgt ervoor dat de achterpoten goed
geplaatst zijn onder het lijf. Bij het gangwerk is een juiste croupe
goed waar te nemen.
De ribben zijn eveneens een
onderdeel van de middenhand. Samen met de borstwervels en het
borstbeen vormen zij de borstkas, die weer de borstholte omsluit,
waarin het hart en de longen beschermd liggen. De ribben
zijn met gewrichtjes aan de borstwervels verbonden, daardoor is
beweging van de ribben tijdens de ademhaling mogelijk. De ribben
zelf worden onderverdeeld in 3 groepen, respectievelijk in:
De ware ribben: dit zijn de voorste ribben. Ze zijn door middel van
ribkraakbeen, dat buigzaam is, direct met het borstbeen verbonden.
Dit zijn de eerste 9 ribben.
De valse ribben: deze ribben zijn door middel van ribkraakbeen aan de
onderkant met dat van de andere valse ribben vergroeid. Dit geheel
is eveneens weer met het borstbeen vergroeid. Dit zijn 3 ribben.
De zwevende ribben: deze ribben zijn in het geheel niet met het borstbeen
verbonden. Deze ribben hebben dus de mogelijkheid om zeer ver uiteen
te kunnen buigen. Hiervan hebben onze honden 2 zwevende ribben.
Het borstbeen kunnen we in 3 onderdelen onderscheiden, te weten:
Het handvat, dit is de punt die iets voor de voorbenen uitsteekt,
deze moet goed voelbaar zijn, dit mag geen kuil daar vormen.
Het lichaam, dit is het gedeelte waaraan de ribben is bevestigd. Deze
moet van voldoende lengte zijn.
Het zwaardvormige aanhangsel:
dit bestaat uit stevig kraakbeen, dat op
oudere leeftijd verbeent. Een te sterke kromming van dit gedeelte is
fout.
De ribben van de
Tibetaanse Terriėr behoren goed gebogen te zijn. Dit alles
zodat de borstkas voldoende ruimte heeft voor het hart en de
longcapiciteit. Te vlakke ribben is fout. Een hond moet een goede
borstkas hebben en zo de mogelijkheid bezit voor een beter
uithoudingsvermogen. Tevens moet de onderkant van de borstkas goed
aangesloten zijn met de ellebogen, oftewel de borstkas moet van
voldoende diepte zijn. De ribbenkast mag ook weer niet te breed
zijn, dit zou de bewegingsvrijheid van de voorhand kunnen
belemmeren.