|
|
De communicatie
tussen de baas en de hond is natuurlijk van zeer groot
belang, de hond kan niet praten, maar begrijpt de baas
vaak feilloos. Maar begrijpt de baas de hond ook zo
goed?
Ondertussen zijn
we alweer aan het 4e hoofdstuk van dit thema beland en
hebben we het een en ander al behandeld en toch valt er
nog meer te vertellen over lichaamstaal van onze
geliefde Tibetaantjes.
Deze maand
bespreken we het dragen van de staart en de hierbij
horende stemming van uw Tibetaan.
De Tibetaan
behoort zijn staart vrolijk gekruld over zijn rug te
dragen, naast dit rastypische kenmerk heeft de staart
ook een funktie in de gemoedstelling van uw hond.
|
|
|
Staartsignalen
* Staart rustig op de
rug liggend, en is daarbij niet stijf aangetrokken.
Teken van
ontspannenheid.
* Staart langzaam en
voorzichtig kwispeld over de rug liggend.
Voorzichtig
begroetingsritueel en gematigde uitdaging van een
onbekende.
* Staart strak en ver naarvoren over de rug
gekruld liggend.
Zelfverzekerd signaal van een
“dominante” hond.
* Staart tamelijk
ver naar voren over de rug liggend in een vrolijke krul,
zonder dat er spanning
op
staat
Normaal
beeld van een Tibetaan die zich nergens druk over maakt.
* De staart laag, vlak
bij de achterbenen, achterpoten recht, lichaam rechtop.
Teken van
fysiek of psychisch ongemak.
* Staart laag, vlak bij
de achterpoten, lage lichaamshouding door gebogen achterpoten.
Teken van
sociale angst en gematigde onderwerping.
* Staart tussen de
poten geklemd naar de borst toegekruld.
Onderwerpinggebaar en een teken van
angst en onderdanigheid.
* Staart naar beneden
liggend tussen de benen maar ontspannen.
Teken van
vermoeiheid of van verveling, ook kan het net even een
ontspannen positie zijn.
* Zwak kwispelen.
Een
enigszins aarzelend onderworpen gebaar.
* Breeduit kwispelen,
zonder het lichaam te verlagen of de heupen heen en
weer
bewegen.
Een
vriendelijk gebaar, zonder sociale dominantie, wordt vaak
gezien tijdens
het spelen.
* Breeduit kwispelen,
waardoor de heupen heen en weer worden bewogen.
Een teken
van respect. De hond voelt zich niet bedreigd, maar accepteert
zijn lagere
positie.
* Breed uit
kwispelen, waarbij het gehele achter lichaam mee beweegt, en
de
hond
straalt in zijn gezicht, met een bek geopend.
Uitdaging tot een spel
* Langzaam kwispelen
met tamelijk laag aangedragen staart.
Een signaal
van besluiteloosheid of verwarring omtrent hetgeen er van de
hond
verwacht wordt.