Vanaf het moment dat het gras begint te
groeien gaan sommige honden daar vrolijk op kauwen.
Hondenliefhebbers die ook katten hebben,
weten dat hun katten dit soms ook doen.
Als je goed kijkt, merk je dat ze maar
weinig grassprieten naar binnen werken en meer belangstelling hebben voor het
sap.
Voor katten is inmiddels achterhaald dat
ze de grassappen nuttigen om hun blik- en brokkendieet aan te vullen met
belangrijke vitaminen.
Het gaat hierbij voornamelijk om
foliumzuur.
Dat speelt vooral een rol bij de
overdracht van koolstof en daardoor bij de bouw van belangrijke moleculen als
DNA en RNA,
bestanddelen van de kern die de erfelijke
informatie bevatten.
Daarnaast is het belangrijk voor de
samenstelling van de weefsels van vooral hart en bloedvaten.
De mens is niet goed in staat om grote
voorraden aan foliumzuur op te bouwen, hij heeft slechts een voorraadje voor 100
dagen. Wel is bekend dat zwangere en zogende vrouwen meer nodig hebben dan de
gemiddelde mens.
Bij tekorten aan dit vitamine ontstaan
bepaalde vormen van bloedarmoede.
Klinische symptomen zijn dan ook moeheid,
lusteloosheid en gebrek aan eetlust.
Foliumzuur zit in zijn vrije vorm vooral
in lever, bonen, pinda's, amandelen, kokosnoot, vlees, vis en weinig in fruit.
Het zit ook wel in groenten, maar dan in
een niet-vrije vorm en het is nog niet bekend wat dat betekent.
Bij mensen en zoogdieren is de darmflora
in staat om een deel van de benodigde hoeveelheid foliumzuur te leveren.
Dit kan alleen als er een gezonde
darmflora is, is de darmflora door verkeerde voeding of gebruik van antibiotica
aangetast, dan
kan er een tekort aan foliumzuur ontstaan.

Braakreflex
Als honden gras eten, kan er nog een
andere reden zijn dan het aanvullen van hun vitaminebehoefte.
Er zijn hondenbezitters die hebben gemerkt
dat hun hond gras kauwt, nadat hij bijvoorbeeld diarree heeft gehad of andere
duidelijke signalen van problemen met de spijsvertering.
Na het eten van gras vindt de eigenaar de
volgende morgen waterig, slijmerig braaksel voorzien van half doorweekt gras op
de vloer. Soms bevat het braaksel een onverteerbaar object, bijvoorbeeld een
stuk van een kapot gekauwd speeltje.
De conclusie dat de hond het voor hem
onverteerbare gras eet om te kunnen braken, ten einde het vreemde object uit het
spijsverteringskanaal te werken, is dan snel getrokken.
Toch onderschrijven weinig deskundigen een
dergelijke conclusie, om de simpele reden, dat honden vrij snel braken.
Honden die bijvoorbeeld hun maaltijd snel
naar binnen werken, kunnen hem zo weer uitbraken om het voedsel vervolgens, iets
rustiger, weer op te eten.
Tegen deze gedachte zou je kunnen
inbrengen dat een braaksel na het eten van gras geen onverteerd voedsel bevat.
Sterker nog, het gras bevindt zich meestal
in een groen gekleurde, slijmerige substantie.
Dit betekent dat er een sterke braakreflex
moet zijn geweest, vanuit de maag en zelfs dunne darm (het groen is immers gal).
Dit zou er dan op kunnen wijzen dat de
hond er van alles aan doet om een vreemd voorwerp via de bek weer kwijt te
raken.
Gebeurt deze vorm van braken enkele dagen
achter elkaar en vindt de eigenaar toch op een keer een vreemd voorwerp in het
braaksel, dan heeft de hond succes gehad.
Dit zou dan betekenen dat gras eten (de
gras-sappen) een sterke braakreflex oproepen.
Ander argument
Er is nog wel een ander argument aan te
dragen voor deze theorie.
Braken na te snel opeten van de maaltijd
wordt waarschijnlijk opgeroepen door een reflex uit de slokdarm: die zit gewoon
stampend vol en die hele massa kan niet door de maagopening tussen slokdarm en
maag.
Dergelijk braken is niet erg intensief.
Het komt niet zoals bij misselijkheid
helemaal uit de tenen.
Dat is wel het geval als de braakreflex
tot doel heeft materiaal, dat verderop in het spijsverteringskanaal zit, uit het
lichaam te werken.
Tenslotte zijn er honden die gras eten en
helemaal niet braken.
Ze kiezen ook vaak het wat grovere, ruwe
en vooral jonge gras.
Het onverteerde gras is terug te vinden in
de poep en vaak weet de eigenaar wel dat het weer zo laat is, vanwege het feit
dat de hond zo lang in de poephouding zit of poepneigingen heeft, terwijl er
niets meer komt.
Als een hond deze ellende wil doorstaan,
dan lijkt het gerechtvaardigd om te denken, dat gras eten ergens goed voor is.

Alleen weten we nog niet waarvoor.
Gaat het om de eiwitten in het jonge gras?
Probeert de hond ons duidelijk te maken
dat hij beslist geen 100 procent carnivoor is en net als de wolf wel degelijk
verse, plantaardige aanvullingen nodig heeft of wat meer foliumzuur?
In ieder geval is het raadzaam om na een
antibioticumkuur een poosje wat extra vers vlees, groenten of foliumzuur uit een
potje aan het dier te geven.
BRON:K.C.Gooi en Eemland door Inge
Koenis, medisch bioloog, docent diervoeding