|
|
|
|||||||||||||||||||||||
Deel 2
De opkomst en wederopbouw van de
Tibetaanse Terrier in Engeland voor, tijdens en vlak na de oorlog
|
||||||||||||||||||||||||
|
Na de publikatie van een artikel
over de Tibetaanse Terriër in 1934 raakten meer mensen geïnteresseerd in
het ras. En zo werden er meer nestjes gefokt door andere mensen. De namen
van de fokkers in deze jaren waren Mrs. A. Thornton-Crichton, Mrs. E.
Cuming, Mrs. H. Watts en Mrs. Abbott. Natuurlijk werden de hondjes geshowd
in Engeland en in 1937 werd er een kampioenschap kwalificatie toegekend
aan dit voor zovelen onbekende buitenlandse ras, welke mocht worden
toegekend op de welbekende Crufts Show in 1938. Op deze show kreeg
Thoombay of Ladkok met zijn leeftijd van 10 jaar, beste reu en het reserve
was voor een zeer jonge reu genaamd Dandy. Bij de teefjes won Kilonia of
Lamleh haar eerste CC en het reserve was voor een jong teefje Gita. Er
waren op die dag 16 Tibetanen ingeschreven en je kan je wel voorstellen
wat voor grote dag dit was voor de familie Greig en dit alles 16 jaar
nadat Bunti in hun leven kwam. Het beetje vreemde was dat alle kleurslagen
werden gepresenteerd van zeer donker gekleurde tot vele twee-kleurige en
drie-kleurige. Voor deze ommekeer heeft de geïmporteerde teef Gyantse, die
zelf een tri-colour (drie-kleurig) was, haar inbreng gebracht
in het ras. Daar in aanvang de meeste hondjes licht van kleur waren zoals
goud met wit, crème, compleet wit en licht gekleurde twee-kleurige.
Ook in de jaren ‘37 werden door Miss
Greig haarzelf de eerste hondjes geëxporteerd naar andere landen, zo
gingen de eerste exemplaren overzee naar Italie, maar ook terug naar
India, als wel de eersten naar Denemarken en Duitsland in 1939.
Naast Miss Greig begonnen mensen in
Engeland ook zelf hondjes te importeren uit het zo verre Oosten, zo kwam
Platinum Blonde, gefokt door Mrs. Charriol, bij Mrs. A.K. Marsh Smith in
1938. Platinum Blonde
kreeg helaas maar een nestje en
stierf zeer jong tezamen met 3 van haar 5 puppies. Gelukkig een van haar
kids het reutje Boocka Ali, waarvan Chandra of Ladkok de vader was werd
door Mrs. Marsh Schmidt zelf gehouden. Ze kreeg van Miss Greig een meisje
voor hem genaamd Wen Wu of Ladkok, wat was toevallig de laatste teef van
Miss Greig met de naam Ladkok op de stamboom.
In 1939 brak de oorlog uit, wat
een zeer moeilijke tijd was voor vele hondeneigenaren.Ook Miss Greig
en haar familie hadden hun problemen om zich staande te houden met hun zo
geliefde honden. De shows werden in deze tijd niet gehouden. De voeding
voor de mens was al schaars, laat staande voor de hondjes. Gelukkig zo
vindingrijk als Miss. Greig was werden de haren van haar Tibetaanse
Terriërs als wol gebruikt om te spinnen en warme kleding van te maken. Ze
fokten konijnen om zo de zichzelf en de honden te kunnen voorzien van
voedsel. Zij woonden destijds in een Roydon , een paar kilometer
noord-oost van London waar de oorlog hevig voelbaar was en menige
bombardementen plaatsvonden. Miss Nancy Greig was meer dan vastberaden dit
geliefde ras te sparen en zette zelfs haar 18 jaar oude honden in de fok.
Helaas is het haar niet gelukt haar Tibetaanse Spaniëls en Lhasa Apso’s te
sparen.
En zo ook hun engels gefokte
rashonden hebben de oorlog niet mogen overleven. Ook Ch. Thoombay of
Ladkok stierf tijdens deze oorlog in 1943 op 16 jarige leeftijd. Gelukkig
had Miss Greig vijf zonen van hem kunnen sparen om mee verder te kunnen.
Dit waren Tsang-Po of Lamleh, Mi-Dan of Lamleh, twee witte exemplaren en
Lhal Baba of Ladkok, Lhal Sonar of Lamleh, beide goud-witte parti-colours
en de laatste een grijs met witte reu genaamd Zoom of Ladkok. Lhal
Baba heeft in 1939 met de teef Jugali of Ladkok (zij was gefokt uit
Thoombay x Gyantse) een nestje gekregen daaruit voort vloeit een flink
behaarde reu Jhan Sahib of Lamleh.
Daarnaast een andere nieuwe fokker
van ons ras Mrs. Colville zag de mogelijkheid tijdens de oorlog om wat
nestjes te fokken. Zo fokte zij met Patsy of Lamleh een nestje waarvan
Miss Greig reu Phillip of Lamleh de vader was. Uit dit neste is Mark of
Lamleh voortgekomen, een witte reu met een gouden plaat op een helft over
zijn oog van het hoofd.
Na de oorlog had Miss Greig gelukkig
nog genoeg honden uit haar fok kunnen sparen om het ras voort te zetten.
In 1947 komt er een andere import
teefje uit Nepal in Engeland aan, haar naam was Princess Salli, zij
kwam met haar eigenaar Kononel Duncan naar Engeland. Tijdens het werk van
haar baasje in India voor 2 jaar werd Salli gedekt door een Tibetaanse
Terriër reu Shoof en een van haar puppie “Gunny” van dat nestje kwam met
de Duncans naar Engeland. Nadat de familie Duncan zich weer hadden
gesetteld in England werd Salli gedekt door Mark of Lamleh. Uit deze
combinatie een van de pupjes Sukhmaya Queen kreeg de titel kampioen in
Engeland, haar eigenaar was Mrs. G.M. Singerman. Uit Salli haar derde nest
waarvan de pa was Toy-San (een kleinzoon van Platinum Blond) gaan er nog
verschillende pupjes naar wel befaamde mensen en liefhebbers voor jaren
van dit specifieke ras. Zo gaat haar lijn nog enkele generaties door, maar
toch is zij in de hedendaagse stambomen niet meer terug te vinden. Wat
eigenlijk heel jammer is voor het ras, ze zou een heel mooi honing
kleurige, intelligente en vol of allure teef zijn geweest.
In de jaren net na de oorlog werden
in Engeland nog 4 Tibetaanse Terrier geregisteerd en geaccepteerd met
onbekende ouders door de Engelse Kennel Club en wel te weten:
De teef Audrey of Carolina,
geregisteerd door Commander W. Lambert in 1946
De reu Ukie, geregisteerd door
kapitein V.T. Cull in 1948
De reu Chang of Ormesby, kwam van de
Royal Nepalse kennels en is geregisteerd door Mrs. Q.L. Burke in 1951
en de laatste was de teef Lady Towsa
geregisteerd in 1951 door Mrs. Dunning-Tunner. |
||||||||||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||||||||||
|
Copyright © Tibetaanse Terrier
Nieuws Site |
||||||||||||||||||||||||