De Tibetaanse Terrier is
een eeuwen oud ras wat nu zo’n 70 jaar in de Westerse Wereld
bekend is.
De naam zegt het
natuurlijk al, de Tibetaanse Terrier komt van oorsprong uit
Tibet, waar het werd
gezien als de heilige
hond van hun Oosterse beschaving.
Tibet ligt in Azie.
Dit prachtige land ligt hoog in de Himalaya,
ingeklemd tussen India en China.
Tibet is bijna drie keer
zo groot als Frankrijk. Tibet bestaat uit een inmense
hoogvlakte
(gemiddeld 4500 meter
hoog), omsloten door hooggebergte. Tibet wordt het ‘dak van de
wereld’
genoemd, daar zij het
hoogste plateau van de wereld kent. Het is dunbevolkt en telt
maar zo’n 6 miljoen
inwoners. Dit vanwege de
vele onherbergzame gebieden. Maar het heeft ook vruchtbare
gronden en
enorme bossen en de
bodem is rijk aan mineralen.
De traditionele middelen
van bestaan zijn landbouw, veeteelt en handel.
|
|
Haar eeuwenoude
cultuur en godsdienst
vol geheimzinnige
rituelen, fascineert velen.
Vanaf ongeveer de
dertiende eeuw is Tibet een theocratie geweest, dat wil
zeggen dat de politieke macht geheel in handen was van
religieuze leiders. De religie, het Tibetaanse
boeddhisme, stond centraal in deze samenleving. Het land
telde zo’n 6000 kloosters waar ongeveer 20 procent van
de bevolking in leefde en werkte.
Heel het
religieuze en politieke leven speelde zich rond deze
kloosters af. Het machtigste klooster was het
Potala-paleis in de hoofdstad Lhasa. Hier zetelde de
Dalai Lama, de hoogste leider in Tibet. Een centraal
bestuur bestond in Tibet overigens niet, omdat er
nauwelijks infrastructuur was. |
|
|
De kloosters waren
autonoom en omdat de kloosterlingen uit overtuiging alles
deden zoals het al eeuwen gedaan was, was Tibet ver
achtergebleven in ontwikkeling. Maar de Tibetanen leefden
geïsoleerd van de rest van de wereld en hadden daar weinig
last van.
De Tibetaanse Terriers
leefden in de kloosters bij de monniken. Zij werden
gehouden voor de gezelschap en zouden geluk brengen. Daarnaast
fungeerde zij als perfecte deurbellen. Als er zich
vreemdelingen voor de poort aandeden, sloegen zij aan. De
kloosters waren inmens groot. Het waren prachtige bouwwerken,
met magische schilderingen. Er werd zo nu en dan weleens een
hondje als een gelukshondje meegegeven aan voorbij trekkende
reizigers. De mensen buiten de kloosters leefden een nomadisch
bestaan. Deze vriendelijke bevolking leefde
hoofdzakelijk van de yak. Landbouw is door de grote hoogte en
het ruige klimaat nauwelijks mogelijk. De mensen in de
verafgelegen gebieden waren arm en leden vaak honger door de
langdurige en zeer koude winters.
Het geloof en hun
levensovertuiging van de Tibetanen is het Boeddhisme.
Natuurlijk heeft deze op zichzelf ook weer een geschiedenis in
het bestaan van Tibet en zijn inwoners.
Tibet was het laatste Aziatische land dat in de
Oosterse cultuur het Boeddhisme als religie en levenstijl
hadden aangenomen.
Het boeddhisme kwam rond
650 n. Chr. Zij werd aan de man gebracht door I zendelingen
uit India. Zij hadden weinig moeite om de zachtaardige
tibetanen hun overtuiging bij te brengen. Hiervoor kende de
Tibetanen hun eigen religie, de inheemse bon-religie, die twee
vormen kende. De ene vorm was een religie van priesters in
dienst van vroeg-Tibetaanse vorsten. De priesters moesten de
begrafenisrituelen van hun heilige heersers in ere houden om
zo de monarchie te versterken. De tweede vorm was een
sjamanitische religie op het platteland. Sjamanen waren
ingewijden die de lokale goden en geesten wisten te beheersen.
Trance, geestbezwering en uitdrijving bekrachtigden
traditioneel de riten. Dit gebeurde door dans, zang, getrommel
en persoonlijke amuletten.
Een aantal aspecten van
het bon-regilie zijn in Tibet altijd blijven bestaan in
de boeddhistische dharma (=leer). Hiermee onderscheid Tibet
zich grotendeels al met het boeddhisme in de omliggende
landen. Het hinayana en mahayana kwamen over het Himalaya naar
het land van de eeuwige sneeuw. Echter alleen de
mahayana en de Indiase tantra hebben het in Tibet overleefd.
Beide vormen bezaten een hindoe-deisme bijsmaak, dit werd door
de Tibetanen creatief ontwikkeld tot de “voltooide Dharma” (=
voltooide leer).